Voor leiders

Gouden regels voor een jeugdleid(st)er

  1. Zij zorgen dat hun eigen team op de speeldag compleet is. Is om een of andere reden het team niet compleet, neem dan contact op met een leid(st)er van een andere team om eventueel een speler/speelster te lenen (leen altijd uit een ‘lager’ team). Lukt het niet om een speler/speelster uit een andere team te lenen, dan moet er contact opgenomen worden met de betreffende jeugdcoördinator, deze kan bemiddelen en zorgt dan indien mogelijk voor aanvulling. Dit dient uiteraard zoveel mogelijk worden vermeden.
  2. Zij zorgen dat er voldoende vervoer aanwezig is om naar uitwedstrijden te gaan. Indien nodig kan er door de leid(st)er een rooster voor de ouders worden gemaakt.
  3. Zij dienen het wedstrijdformulier correct in te vullen (dit geldt alleen voor de A t/m D en Damesteam). Denk daarbij aan alle KNVB nummers van de spelers, grensrechter en van H.D.S. Dit om boetes van de KNVB te voorkomen. Elke fout betekent boete voor de vereniging.
  4. Zij zorgen dat de kleedkamers bij zowel thuis- als uitwedstrijden netjes en schoon worden achtergelaten. Denk niet alleen aan je zelf, maar ook aan het team dat na u de kleedkamer in moet.
  5. Voordat zij naar uitwedstrijden vertrekken melden zij dit eerst aan diegene die bestuurskamerdienst heeft, zodat er bekend is dat een team vertrokken is. Ook bij thuiswedstrijden dienen de leid(st)ers zich te melden.
  6. Bij het terugkomen van een uitwedstrijd zorgt de leid(st)er dat de uitslag wordt doorgegeven aan diegene die bestuurskamerdienst (bij H.D.S.) heeft.
  7. Zij zorgen dat er in de rust bij de junioren en na de wedstrijd bij de pupillen drinken bij het eigen team en de tegenspelers wordt gebracht.
  8. De leid(st)ers zijn geheel verantwoordelijk voor het reilen en zeilen van hun team.
  9. Bij afgelastingen is de leid(st)er degene die dit doorgeeft aan haar/zijn team, of zodanige afspraken met het team maakt, dat zij naar de leid(st)er bellen en niet naar het veld bellen. Denk eventueel aan het opzetten van een telefooncirkel.
  10. Bij mutaties zoals: verhuizing, van voetbal af, etc. laten zij de ouders dit schriftelijk melden bij de betreffende jeugdcoördinator.
  11. Zijn er problemen rond het team in wat voor zin dan ook, probeer dit in eerste instantie zelf op te lossen door b.v. met ouders en spelers te praten. Wanneer dit niet meer lukt neem dan contact op met de betreffende jeugdcoördinator. Zijn de problemen opgelost, geef dit dan ter informatie door aan de betreffende jeugdcoördinator.
  12. Lidmaatschap: de leid(st)ers moeten lid zijn van de vereniging, dit om de vereniging bij wedstrijden officieel te kunnen vertegenwoordigen. Tevens zijn zij door het lidmaatschap automatisch verzekerd via de KNVB voor de zaken die zich tijdens activiteiten voor de vereniging voor kunnen doen.
  13. De meeste problemen binnen het team zijn op te lossen als men maar communiceert met elkaar.
  14. Het is de leid(st)ers ten strengste verboden om in de kleedkamers te roken of alcoholische drank te drinken.
  15. Zij zorgen ervoor dat er door hen zelf en de spelers van het team, tijdens het verblijf op zowel het sportcomplex thuis als bij uitwedstrijden geen onwelvoeglijke taal wordt gebruikt in welke vorm dan ook.
  16. Zij zijn verantwoordelijk voor het meenemen van de spelerspassen (verplicht vanaf de D-pupillen) naar uitwedstrijden en het teruggeven van de spelerspassen aan diegene die op de gespeelde wedstrijddag bestuurskamerdienst heeft. De spelerspassen worden door het jeugdbestuur beheerd. Indien sprake is van lenen van een jeugdlid uit een andere team (vanaf D-pupillen), moet ook van dit jeugdlid een spelerspas meegenomen worden.
  17. Alle ‘informatie’ die een leid(st)er van het jeugdbestuur (en jeugdactiviteitencommissie) ontvangt én doorgegeven moet worden aan hun spelers/speelsters, dient ook daadwerkelijk (en op tijd) aan de spelers/speelsters te worden doorgegeven. (In de bestuurskamer staan de postbakken van de teams, deze dienen elke week door de leid(st)ers leeggehaald te worden.). Tevens zorgt de leid(st)er ervoor dat de trainer(s) ook geïnformeerd worden.

  18. En verder...

  19. Een ieder mensenkind is uniek. Handel daar dan ook naar.
  20. Probeer in iedere speler uw eigen kind te zien.
  21. Geef elke speler het gevoel dat hij bij het team hoort.
  22. Regel niet alles zelf, geef ze ruimte voor zelfontplooiing.
  23. Praat veel met uw team, ze zijn al vroeg vatbaar voor reden.
  24. Het goede voorbeeld van de leid(st)er is goud waard.
  25. Begin met waardering , dat voorkomt veel commentaar.
  26. De uitslag is ondergeschikt; fijn spelen is het hoofddoel.
  27. De scheidsrechter helpt uw team om te kunnen voetballen; helpt u de scheidsrechter om de wedstrijd te kunnen leiden.
  28. Tegenstanders bestaan niet, wel tegenspelers.